Vlucht Vooruit

 

Vlucht Vooruit - zelfredzaamheid van vluchtelingen verhogen via vrijwilligerswerk

Begeleidende docent: Hilde Ingels

Arteveldehogeschool Gent: Opleiding Sociaal Werk

Lotte Daneel - Sathya De Grande - Febe D’hauwe - Yachaira De Noyette - Penelope Desloovere - Jo De Wilde - Queenie Koeckoekx - Marieke Lammens - Marie Remaut

Voorwoord

Wij zijn derdejaarsstudenten Sociaal Werk van de Arteveldehogeschool in Gent. Voor ons bachelorproject werkten we rond de onderzoeksvraag “Zelfredzaamheid verhogen van vluchtelingen via vrijwilligerswerk”. Het is een project in navolging van het project “Gezinnen op de vlucht”. Algemeen wil men via dit project onderzoeken hoe vrijwilligerswerk de sociaal-professionele zelfredzaamheid van vluchtelingen kan bevorderen en wat hierbij succesfactoren of valkuilen zijn. Wij willen iedereen bedanken die heeft meegeholpen en dit onderzoek mee mogelijk heeft gemaakt.
Als eerste willen we docent Hilde Ingels bedanken voor de goede begeleiding tijdens ons bachelorproject. Verder willen we Pir Mohammed Shinwari, Haidar Daher, Rouchan Jafar, Hamid Khwaja, Sabir Farman, Davud Mirza en Hakki Khalid bedanken voor de interviews en de mooie verhalen. Karin Nelissen van ‘t Lampeke voor de goede ontvangst in Leuven en voor het helpen zoeken naar vluchtelingen om te interviewen.

Het was een leerrijke ervaring die onze blik heeft verruimd en die ons nieuwe inzichten heeft bijgebracht. Zo kwamen we al snel tot de conclusie dat vrijwilligerswerk wel degelijk vluchtelingen helpt integreren. Het is een opstap om hun plaats in de samenleving te vinden. Het helpt hen bij het leren van Nederlands en dit verlaagt de drempel naar de arbeidsmarkt.

In dit boekje bundelen we de verhalen van de vluchtelingen die we hebben geïnterviewd.

“Vrijwilligerswerk geeft me het familiale gevoel van in Afghanistan terug”

De 17-jarige Pir Mohammed Shinwari uit Afghanistan kwam als minderjarige niet-begeleide vluchteling in ons land. Hij verblijft in het Lokaal Opvanginitiatief (LOI) Karthuis in Leuven.

Bij aankomst in het Karthuis in Leuven werden we meteen enthousiast ontvangen door Farman, zijn begeleider. Hij stond ons gedurende het interview bij om wat extra info te geven en te vertalen op momenten waar het nodig was.

“Twee jaar geleden kwam ik helemaal alleen aan in België. Ik ben uit Afghanistan gevlucht omdat men mij vroeg om deel uit te maken van een terreurgroep. Ik ben de jongste zoon van het gezin, mijn andere broers hebben zelf al een eigen gezin. Mijn voltallige familie woont dus nog in Afghanistan. De tocht naar hier duurde drie maanden. Ik deed alles te voet of met de auto samen met heel wat andere vluchtelingen. Eens in België kwam ik terecht in Sint-Truiden. Daar verbleef ik een jaar en zes maanden in de vluchtelingenopvang, maar ik verveelde me en vond geen goede dagbesteding. Tot Farman me meenam naar Fabota in Leuven.

“De kinderen in Fabota geven me energie”

In Fabota mocht ik onmiddellijk meehelpen met de naschoolse opvang voor de kinderen. Iedere donderdag en vrijdag ga ik tussen 14u en 18u naar Fabota. Als ik er aankom, mag ik op papier invullen wat ik met de kinderen die dag wil doen. Hierbij kan ik kiezen om binnen of buiten te spelen. Tegen 15u is de school gedaan en ga ik mee om de kinderen op te halen van school, daar kijk ik naar uit. Ik vind het heel tof om met de kinderen te spelen. Het geeft me een fijn gevoel en ik krijg er energie van.

Wanneer ik niet in Fabota ben, ga ik naar school. In Diest volg ik les aan het Centrum Volwassenenonderwijs, De Oranje, een opleiding in het begeleiden van kinderen in een naschoolse kinderopvang. Studeren is voor mij heel moeilijk. Daarom ben ik van plan om alleen te wonen en te werken in Fabota volgens artikel 60, dit kan vanaf mijn 18 jaar. Daarvoor moet ik natuurlijk nog toestemming krijgen vanuit Fabota. Ik zou dit een jaar willen doen en daarna opnieuw proberen om te studeren aan de sociale school. Zo krijg ik de kans om op een jaar tijd nog beter Nederlands te leren.

“Ik kijk er elke dag naar uit om de kindjes van school te halen”

Ik vind het heel moeilijk om in België werk te zoeken zonder diploma, zeker als vluchteling. Daarom ben ik heel blij dat ik vrijwilligerswerk kan doen. Ik heb bij het vrijwilligerswerk al veel dingen geleerd. Zo kreeg ik discipline mee om op tijd te komen en om elke dag opnieuw klaar te staan voor de kindjes. Ik maakte in Fabota ook al veel vrienden. Ik heb er ook geleerd hoe je met een kindje en andere vrijwilligers omgaat. Door het vrijwilligerswerk kreeg ik ook een beeld van hoe een job hier in België er uitziet. In Afghanistan is dit anders. Daar heb je enkel op vrijdag vrijaf. Het is er ook makkelijker om een job te vinden als je geen diploma hebt. Het familiale gevoel is in Afghanistan heel sterk. Dit mis ik soms, maar vrijwilligerswerk geeft me dit gevoel terug.”

- Febe D’hauwe en Marieke Lammens -

“Kinderen zijn de beste leraren in het leven, want zij liegen niet”

Mohammed – iedereen noemt hem Ahmed – is meer dan twee jaar geleden uit Soedan weggevlucht voor de oorlog. De ogen van de 26-jarige jongeman staan dof wanneer het over de toestand in zijn thuisland gaat. Maar ze beginnen onmiddellijk te fonkelen als hij over zijn vrijwilligerswerk in Fabota begint te vertellen.

“Mijn mama, die in Soedan woont, vindt het goed dat ik vrijwilligerswerk doe. ‘Je moet iets doen om te integreren’, zegt ze. ‘Je kan daar niet gewoon zijn zonder iets te doen.’ En ze heeft groot gelijk. Aan mijn vrienden en aan mijn medestudenten in het CVO, waar ik Nederlandse les volg, vertel ik hoe zinvol het is om vrijwilligerswerk te doen. Vooral om de taal te leren en om de Belgische cultuur te leren kennen.

Mohammed Ahmed (26) uit Soedan geniet van zijn vrijwilligerswerk bij de kinderen in Fabota.

Sommige vluchtelingen zeggen: ik wil geen vrijwilligerswerk doen, want de Belgen zijn gesloten. Ik zeg hen: dat klopt niet. Het is waar, bij het eerste contact zijn Belgen wat gesloten, maar eens je hen leert kennen of zij jou leren kennen, komen ze helemaal open. Zelf was ik ook wat verlegen, toen ik de eerste keer naar Fabota kwam. Ik was bang om fouten te maken tegen het Nederlands, maar veel mensen gaven me advies en zeiden dat ik niet bang moest zijn om fouten te maken. Van dan af heb ik durven praten en heb ik elke dag bijgeleerd.

“Fabota betaalt mij in zo veel mooie dingen, zoals de taal die ik leer en de contacten die ik erbij krijg. Dat is beter dan geld.”

Fabota heb ik vorige zomer (2017) leren kennen. Ik ben al meer dan twee jaar in België, maar verbleef eerst een jaar in een asielcentrum in Heusden-Zolder. Na een jaar kwam ik naar Leuven. Ik heb zelf aan mijn assistente gevraagd om vrijwilligerswerk te mogen doen. Van vrienden wist ik dat je in een rusthuis vrijwilliger kan zijn of met kinderen kan werken. Ik wou het vooral doen om mijn Nederlands te oefenen.

Contract
In mijn thuisland Soedan bestaat er ook wel vrijwilligerswerk, maar dat is niet zo georganiseerd zoals hier. Je gaat een huis helpen herstellen dat beschadigd is door het weer, of je gaat bij een boer helpen, dat is ook vrijwilligerswerk. Maar er is niet zoiets als Fabota waar kinderen in een gebouw samenkomen en in lokaaltjes kunnen samenspelen en zo, neen dat niet. Hier onderteken je als vrijwilliger een contract en worden er bepaalde afspraken gemaakt, in mijn land is dat niet zo.

Fabota is een mooie plaats om vrijwilligerswerk te doen. De mensen hier zijn zeer vriendelijk en je leert snel nieuwe mensen kennen. Toen ik hier startte vorige zomer, heb ik eerst drie dagen met Jaak meegewerkt. Daarna werd ik geëvalueerd, en het liep goed dus mocht ik verder blijven in de kinderanimatie. Ik heb die zomer 20 à 25 dagen gewerkt, waarna ik een contract kreeg als vrijwilliger. Nu kom ik twee of drie keer per week en ze mogen mij altijd bellen als ze iemand nodig hebben.

Gelukkig
Naast mijn lessen Nederlands bij het CVO, ga ik ook naar Koffie kom binnen, dat zijn conversatiegroepjes om je Nederlands verder te oefenen. Maar vooral in Fabota leer ik veel Nederlands en ik ken er ondertussen iedereen.Fabota is een plek waar ik gelukkig ben. Ik mag zelf kiezen welke activiteiten of spelletjes ik aan de kinderen aanbied. Ik ken ook veel spelletjes uit mijn land, maar soms is het moeilijk om alles uit te leggen. Over mijn persoonlijke situatie praat ik spontaan niet. Als iemand vraagt waarom ik gevlucht ben, dan zeg ik wel dat het door de oorlog in mijn land komt. Maar ik wil mensen niet belasten met mijn verhaal.

“België heeft mij zo veel gegeven, daarom wil ik iets teruggeven.”

België heeft mij zo veel gegeven, daarom wil ik iets teruggeven en mensen helpen, of het nu in een rusthuis is of op een speelplein. Wat ik van België heb gekregen? Democratie, contacten met vriendelijke mensen en bovendien is het hier gezellig wonen, is het hier goed en veilig. Veel zaken zijn anders dan in mijn land. De opsplitsing van kinderen in verschillende groepjes op school, met de mini’s, de kleuters, de middengroep, dat kennen we in Soedan niet. Daarnaast leer ik tijdens de spelletjes ook veel over omgaan met elkaar. Wanneer er tussen kinderen onderling een probleem is, dan leer ik wat ik daarmee moet doen, of als ik het niet weet, kan ik iemand anders vragen om te helpen een oplossing te zoeken.

Aan anderen vertel ik graag over mijn vrijwilligerswerk. Sommigen zijn bereid om te werken zonder ervoor betaald te worden, anderen willen dat niet. Ieder zijn eigen keuze. Een van de leuke momenten die ik me blijvend herinner, was toen een kindje met mij kwam praten en ik niet alles begreep. Zij liep naar haar vriendjes en zei: ‘Hij weet niet wat het betekent.’ Toen kwamen ze samen bij mij en gaven zij in mijn plaats het antwoord en probeerden me zo te helpen. Dat was een erg grappige situatie.

Toen ik in Leuven aankwam, kende ik niemand, maar dat is snel veranderd. Het vrijwilligerswerk met de kinderen geeft me het gevoel dat dit mijn familie is. Ik ontvang zoveel moois van hen en van het vrijwilligerswerk. Met kinderen mogen werken, maakt me oprecht gelukkig. Kinderen zijn de beste leraren in het leven omdat zij niet liegen. Door mijn vrijwilligerswerk leer ik niet alleen de Belgische cultuur beter kennen, maar ontwikkel ik ook als persoon. Ik leer veel van mijn collega’s, van Jaak, van Osman, van Haidar. Dat vormt me en daar ben ik dankbaar om, Fabota is echt een goeie organisatie om te mogen werken.

Aan andere vluchtelingen zeg ik: je moet niet gewoon thuiszitten, je moet iets doen. Er zijn genoeg organisaties om vrijwilligerswerk te doen, een rusthuis of een werking zoals Fabota. En in de zomer heb je in Leuven verschillende festivals, ook daar kan je vrijwilligerswerk doen. Nieuwe contacten leggen is voor een vluchteling bijzonder belangrijk, wil je je snel kunnen integreren."

- Hilde Ingels -

“Mijn hart spreekt”

De Afghaanse Hamid Khwaja (25) vrijwilligt bij Tumult. Tumult is een vereniging dat kinderen en jongeren met verschillende achtergronden samenbrengt via cursussen, vormingen, kampen…

“Toen ik in januari 2015 in België aankwam, wist ik niets af van vrijwilligerswerk of van jeugdwerkorganisaties. Mijn begeleider Lieselot zag me met kindjes spelen en zei: ‘Hamid, jij zou animator kunnen worden: volgende week is er een kamp, ik denk dat jij het leuk gaat vinden.’ Wist ik veel wat dat was, eerst dacht ik: dat wordt eten en wat chillen.

Dat kamp was een start animatorcursus, echt heel interessant. Ik leerde veel soorten spelletjes kennen en wat ‘op kamp gaan’ betekent. Ik maakte er ook veel vrienden. Er waren veel andere jongeren uit verschillende culturen en iedereen had respect voor elkaar. Die zomer mocht ik mee op mijn eerste kamp als begeleider.

Dat is ondertussen al drie jaar geleden. Nu ga ik elke zomer mee op kamp en intussen behaalde ik mijn animatorattest. Daardoor deed ik heel veel ervaring op om met kinderen de spelen en te begeleiden. Maar dat was niet het enige wat ik leerde. Ik leerde veel andere mensen én jeugdwerkorganisaties kennen. Ik kwam terecht in verschillende organisaties waar ik nu vrijwilliger ben.

Door vriendinnen uit Tumult ga ik twee keer in de maand naar het opvangcentrum te Eeklo, waar ik vroeger zat. We organiseren er activiteiten voor jong en oud. Ik vind dit leuk om te doen omdat dit samen met vrienden is en omdat ik weet hoe het is in een opvangcentrum. Ik ben vaak de tolk voor mijn vrienden, dat is fijn.

“Vrijwilligerswerk doe ik voor mezelf en voor de ander. Daarna denk ik pas aan geld.”

Sommige mensen vinden mij een gekke jongen, ze snappen niet waarom ik zoveel dingen doe zonder dat ik er geld voor krijg. Zolang mijn treinticketje wordt terugbetaald vind ik het niet erg dat ik geen geld krijg voor wat ik doe. Ik denk eerst aan mezelf en aan de ander. Pas daarna denk ik aan geld. Natuurlijk zou het gemakkelijk zijn als ik ook geld zou krijgen, maar daarvoor kan ik werken. Ik ben nu erkend vluchteling, dus kan ik werken én vrijwilligerswerk doen!

“Bij Tumult moet niets, wij mogen zelf kiezen wat we doen.”

Na de animatorcursus, moet je stage lopen om een animatorattest te krijgen. Dat hoeft niet bij Tumult, dat kan ook op het speelplein of bij een andere organisatie. Zelfs als we meegaan op kamp bij Tumult moet niets, wij mogen helemaal zelf kiezen wat we doen.Ik voel me goed bij Tumult en heb daarom niet echt de nood om veel over mezelf te vertellen. Maar als ik dat zou willen, kan ik wel altijd mijn hart luchten bij iemand van Tumult. Ik weet aan wie ik wat kan zeggen.

“Als ik ooit terugga naar Afghanistan, weet ik hoe ik dingen daar moet organiseren.”

Het vrijwilligerswerk heeft me veel bijgebracht. Bijvoorbeeld de taal: ik heb leren luisteren en praten. Ik heb contacten gemaakt met organisaties en het vrijwilligerssysteem leren kennen. Want in Afghanistan heb je dat niet, alle kinderen spelen op straat, in hun wijk. Ze komen in de zomer bijvoorbeeld samen om te vliegeren. Maar dat is een traditie, dat is niet zoals hier georganiseerd door een organisatie.In mijn thuisland ging ik soms in een weeshuis helpen, gewoon omdat ik dat wou. Dat was niet met een organisatie. Maar als ik nu zou teruggaan, weet ik hoe ik dat beter kan organiseren. Want nu weet ik hoe het in België werkt. Wat organisaties doen, wat jeugdwerk en ander vrijwilligerswerk is.


“We nemen alleen de positieve dingen van elkaar over”

In Tumult is iedereen welkom. Er zijn zoveel verschillende nationaliteiten bij elkaar! En het is niet erg dat je nog geen Nederlands kan, er worden oplossingen gezocht om toch te kunnen communiceren.Ik vind het leuk dat wij niet discussiëren over wat is goed en slecht is over de culturen maar wij nemen de positieve dingen van elkaar over. We hebben nu vrienden van verschillende landen, we eten maaltijden van verschillende landen, we dansen op alle soorten muziek,…”

- Sathya De Grande -

“Vrijwilligerswerk vind ik heel goed, heel goed. Ik doe het graag.”

De Koerdische Rouchan Jafar (40), afkomstig uit Syrië, verblijft sinds 1998 in België, samen met haar man en haar twee zonen. Ze is een ondernemende vrouw die, uit naastenliefde, samen met haar man een vrijwilligersinitiatief Hevi heeft opgericht om Koerden in België te ondersteunen.

"Mijn man is als eerste naar België getrokken. Bij zijn aankomst hier heeft hij heel veel ondersteuning gekregen van zijn Koerdische vriend die met een Belgische is getrouwd. Dit heeft hem geholpen om zijn weg hier te vinden. Zijn vriend bood hem onderdak. Wegtrekken uit je thuisland en een nieuw leven beginnen in een vreemd land, vraagt een groot aanpassingsvermogen en is erg ingrijpend. Pas een jaar later ben ik met mijn zonen naar hier gekomen. Daarom zijn wij – voornamelijk mijn man – met dit vrijwilligersinitiatief begonnen. Wij willen ondersteuning bieden waar nodig en een aanspreekpunt zijn zodat niemand alleen door dit proces hoeft te gaan. Mijn bijdrage in de vrijwilligerswerking varieert van eens per maand tot meerdere keren per week.


“Het leukste vond ik toen ik Syrische kinderen heb geholpen. Na twee dagen intens werken, kwam ik moe en ziek thuis, maar dat heb ik niet eens gevoeld. Zo kun je zo door kleine dingen mensen helpen.”

Door dit vrijwilligerswerk heb ik heel veel nieuwe mensen leren kennen. Daardoor leg ik nu gemakkelijker contacten en doe ik dat ook vaker. Daarnaast is mijn integratie ook verbeterd. Dat komt omdat ik meega met mensen naar de gemeente om bepaalde administratieve zaken in orde te brengen. Ik zie en hoor hoe alles werkt en zo leer ik veel bij. Bovendien doen wij ook aan een soort buddywerking en door dit contact is ook mijn kennis van de Nederlandse taal verbeterd. In de Syrische samenleving is er van nature uit veel meer broederlijkheid. Iets als ‘vrijwilligerswerk’ bestaat erop zich niet. Het gebeurt automatisch. In vergelijking met België is de samenleving er veel socialer. Binnen de organisatie maken wij mondelinge afspraken over het werk, we ondertekenen geen contract. Ik weet wel dat we verzekerd zijn als we ergens naartoe gaan. Met een vrijwilligersvergoeding werken we niet. Dit zou het aantal vrijwilligers wel doen stijgen, maar of de intenties dan wel goed blijven weet ik niet. Ik doe naast mijn vrijwilligerswerk nog een betaalde job, maar anderen doen dat bijvoorbeeld niet.

"Er was geen organisatie die mij ondersteunde of opvolgde toen ik hier kwam, nu wil ik dat voor hun doen"

Ik heb twee kinderen en soms is het heel druk, mijn man en ik werken. Ik vertrek tegen 8u, mijn man tegen 7u. Wij komen pas alle twee tegen 17u thuis. En dan nog snel iets eten en verder doen. Toch doen we het graag. Binnen onze vzw helpen we Koerdische mensen die nieuw toekomen uit Syrië. We gaan ze ondersteunen en begeleiden rond alledaagse zaken samen met andere Belgische gezinnen. We leren hen de Nederlandse taal, doen samen boodschappen en tonen hen de weg.... Naast deze alledaagse ondersteuning organiseren we ook grote openbare eetfestijnen om centen op te halen om naar Syrië te sturen. Zo kunnen de kinderen in Syrië naar school en hun diploma behalen. Met dit vrijwilligerswerk ben ik veel bezig. Ik kan je niet precies vertellen hoeveel keren ik dit doe. Het is afhankelijk van de nood van de Koerden. Gelukkig heb ik binnen het OCMW een baas die me de kans geeft om steeds mijn werk te mogen onderbreken wanneer iemand dringend nood heeft aan mijn begeleiding."

- Lotte Daneel en Marie Remaut -

“Vrijwilligerswerk is voor mij alleen maar een positief verhaal”

“Ik probeer andere vluchtelingen te overtuigen van het belang van vrijwilligerswerk”, zegt Farman Sabir.

Vlak voor het interview geeft Farman Sabir (30) – Xelani voor de vrienden – nog telefonisch advies aan een van zijn cliënten, een vluchteling uit Afghanistan die hij begeleidt. Farman, die in 2012 zelf vluchtte uit Iraaks Koerdistan, is een schoolvoorbeeld van hoe vrijwilligerswerk een vluchteling helpt om zich op te werken in onze samenleving. “Taal is de sleutel voor integratie”, stelt Xelani met veel overtuiging. “En met een job kan je verder ontwikkelen.”

“Mijn integratie in de Belgische samenleving is begonnen toen ik op Fabota (‘t Lampeke) stage liep in het kader van mijn opleiding aan de Sociale School in Heverlee. Ik leerde in Fabota mensen kennen, oefende de Nederlands taal en maakte er vele vrienden.

Na mijn aankomst in België in 2012 volgde ik eerst een taaltraject aan het Instituut voor Levende Talen in Leuven. Mijn diploma bachelor in de psychologie dat ik in mijn thuisland aan de universiteit van Sulaimani had behaald, kon ik via NARIC-Vlaanderen gelijkstellen.

Met dit diploma wou ik hier op zoek naar werk, maar de maatschappelijk werkster die mij begeleidde, stuurde me richting graduaat orthopedagogie, om mijn kansen op de arbeidsmarkt te verhogen. Een master volgen, vond ze geen optie voor mij. Maar ze onderschatte mijn talenkennis. Na een jaar orthopedagogie kon ik overstappen naar het tweede jaar sociaal-cultureel werk en de stage bracht me dus bij Fabota. Ook na mijn stage bleef ik er monitor en later hoofdmonitor van de speelpleinwerking. Nu ben ik afgestudeerd en heb ik een job bij het Lokaal Opvang Initiatief Leuven. Maar ik blijf nog altijd vrijwilliger in Fabota en in de compagnie Tartaren.

“Vrijwilligerswerk is een grote troef om als vluchteling je weg in een nieuwe samenleving te vinden”

Vrijwilligerswerk doen is een grote troef om als vluchteling je weg in een nieuwe samenleving te vinden. Tot op vandaag ben ik daar zeer enthousiast over. Tijdens mijn eerste jaar in België was ik vrijwilliger bij de speelpleinwerking van vzw Koraal in Antwerpen. Ook bij Cie Tartaren, een sociaal-artistiek project in Leuven, was ik vrijwilliger. Nu ben ik er bestuurslid. Daarnaast ben ik betrokken bij Gastvrije Gemeente. In 2015 hielp ik veertig dagen bij de vluchtelingen in het Maximiliaanpark in Brussel en vorig jaar ging ik naar de vluchtelingenkampen in Duinkerke en Calais. Vandaag ben ik basisgroepvoorzitter bij PvdA in Wijgmaal-Wilsele-Heverlee. Al die engagementen helpen mij bij mijn werk bij het LOI. In mijn eindwerk van mijn opleiding sociaal cultureel werk onderzocht ik al hoe je de integratiekansen van niet-begeleide minderjarige vluchtelingen kan verhogen.

Poort naar een nieuw verhaal
Voor mij is vrijwilligerswerk alleen maar een positief verhaal. Het heeft me niet enkel geholpen om mijn Nederlands verder te oefenen, mijn integratie te verhogen en een job te vinden, maar het heeft mij ook met een open blik naar andere culturen doen kijken. Ik spreek Koerdisch, Arabisch, Perzisch, Dari en Nederlands en ben zo een verbindingspersoon tussen andere vluchtelingen en instanties hier. Voor ik naar België vluchtte, wist ik niet eens dat dit land bestond. Ik kende alleen Brussel. Kennis van het Nederlands is voor mij een poort geweest naar een nieuw verhaal. Op vraag van mijn Vlaamse vrienden heb ik een Nederlandstalig facebookaccount aangemaakt. Zij vonden het anders moeilijk om via mijn Koerdisch facebookaccount met mij te communiceren. Ondertussen heb ik 700 Vlaamse fb-vrienden die ik allemaal persoonlijk ken. Dat kan toch al tellen voor een vluchteling. In Iraaks-Koerdistan was ik civil activist: we probeerden mensen te sensibiliseren en politiek bewust te maken. Ik werkte er ook als journalist, dat was allemaal vrijwilligerswerk.

Veel vluchtelingen zien het belang van vrijwilligerswerk niet in. Als ik mijn cliënten daarover spreek, dan vragen ze hoeveel geld ze daarvoor krijgen. Ik probeer hen ervan te overtuigen dat vrijwilligerswerk echt belangrijk is voor de integratie en dat het tot een job kan leiden. Dat is toch veel beter dan met je vingers zitten draaien of zwart werk te doen.

“Veel vluchtelingen zien het belang van vrijwilligerswerk niet in”

Ik ken vluchtelingen die in een Kebabzaak helpen, in het zwart, maar daar blijf je in je eigen cultuur hangen. Je leert er geen Nederlands en maakt er geen Belgische vrienden. Eigenlijk blijf je gewoon in je eigen land, maar dan in België, en dat is niet goed. Ik begrijp natuurlijk dat je als vluchteling iets wil verdienen. Elke euro is meegenomen. Daarom vind ik dat de overheid een soort van beloning zou moeten voorzien voor vluchtelingen die vrijwilligerswerk doen. Dat organisaties niet aan elke vrijwilliger een vrijwilligersvergoeding geven, daar kan ik inkomen, maar misschien kunnen ze daarvoor wel een subsidie van de overheid krijgen? Dat is een win/win-situatie: organisaties vinden op die manier voldoende vrijwilligers en de vluchteling geraakt sneller geïntegreerd.

Fabota en Casablanca leveren fantastisch werk. Zij werken volledig autonoom en helpen vluchtelingen hun weg vinden, maar ze krijgen te weinig subsidies. De jeugdwerking van de stad Leuven betaalt een vrijwilliger meer dan dat Fabota dat kan doen. Want als monitor bij de speelpleinwerking verdien je wel iets.

Ik hoef geen geld voor mijn vrijwilligerswerk, zonder vergoeding doe ik het even graag en ik krijg er bijzonder veel voor in de plaats. Anderzijds is een vergoeding voor elke vluchteling altijd welkom. Maar vrijwilligerswerk gaat niet altijd over geld, het gaat vooral over kansen die je krijgt.

“Een kleine vrijwilligersvergoeding kan een vluchteling sneller op weg helpen in onze samenleving”

Je moet vluchtelingen sensibiliseren om vrijwilligerswerk te doen door een beloningssysteem uit te werken. Geef hen een kleine vergoeding zodat hun integratiekansen verhogen. Als vrijwilliger draag je iets bij aan de samenleving. Als je zwart werk doet, dan tel je niet mee. Dat is een groot verschil.

Mijn ervaring als vrijwilliger leert me dat organisaties zoals ’t Lampeke en Casablanca doorgaans meer begrip hebben voor vluchtelingen dan overheidsorganisaties. De organisaties die vanuit burgerinitiatieven tot stand gekomen zijn, hebben meer aandacht voor cultuur- en taalverschillen, ze bieden je een goede structuur. Het zou goed zijn mocht Fabota de overheid kunnen overtuigen om meer vrijwilligers door te sturen in september-oktober en op het einde van het schooljaar, want dan zijn de studenten niet beschikbaar voor vrijwilligerswerk en is er een tekort.

Belang van evaluatie
Voor een vluchteling is het een positief dat hij opgevolgd en geëvalueerd wordt in zijn vrijwilligerswerk. Dat heb ik ervaren in Fabota en in Cie Tartaren. Als je er ’s ochtends toekomt, is er eerst een voorbespreking: hoe de dag zal verlopen. Dat geeft structuur en zekerheid aan de vluchteling. Op het einde van de dag vraagt men hoe het gegaan is of krijg je een pluim voor je werk. Elke dag op Fabota heb ik iets bijgeleerd. Doorheen je traject als vrijwilliger is er ook een tussentijdse en een eindevaluatie. Bij overheidsinitiatieven gebeurt zo’n opvolging minder. Daar moet je vooral zorgen dat je binnen de twee jaar werk vindt of slaagt voor je studie, anders verlies je je leefloon van het OCMW.

Het lijkt moeilijk om vrouwen te overhalen om vrijwilligerswerk te doen. Sommige echtgenoten of broers willen niet dat de vrouw dit doet. Ze weten niet wat een organisatie als Fabota doet, maar vrezen dat een vrouw veel te veel vrijheid zal hebben en dingen zal doen die zij niet willen. Ze hebben vaak dogmatische ideeën vanuit hun geloof. Dat is jammer natuurlijk, maar als je daar als vrouw tegenin gaat, blaas je de relaties met je familie op.

Ik voel me erg thuis in Fabota en ondervind dat de medewerkers zich betrokken voelen in mijn persoonlijke (thuis-)situatie. Toen er in mijn thuisland een referendum liep voor onafhankelijkheid van Iraaks Koerdistan, vroegen mijn collega’s op Fabota spontaan hoe het met mij en mijn familie ging, ik moest er niet eens zelf over beginnen. En onlangs was er een zware aardbeving in Irak. Ik was niet aan het werk op Fabota, maar toch kreeg ik een sms van medewerkers en vrijwilligers met de vraag of alles goed was met mijn familie. Dat zegt genoeg. Fabota is mij een tweede thuis geworden.”

- Hilde Ingels -

“Vrijwilligerswerk moet je doen vanuit je hart, je kan zoveel betekenen voor anderen!”

Davud Mirza is een 27-jarige jongeman afkomstig uit Mazar-e Sjarif, een stad in Noord-Afghanistan. Hij is in november 2008 in België terechtgekomen en in oktober 2010 erkend als politieke vluchteling. Dankzij tweedekansonderwijs is hij bij Fabota, UCLL (de sociale Hogeschool) en vervolgens in ‘t Lampeke in Leuven beland.

"Ik heb vrijwilligerswerk leren kennen via school, vroeger kende ik het vrijwilligerswerk niet. In Afghanistan kennen ze dit niet op deze manier. In moskeeën heb je een soort vrijwilligerswerk waar men geld inzamelt voor allerlei doelen of ook onder vrienden en familie. In het begin deed ik vrijwilligerswerk uit dankbaarheid, maar ik kwam erachter dat het veel meer waard was dan dankbaarheid. Dankzij vrijwilligerswerk ben ik veel veranderd: ik beteken echt iets voor de mensen, maar omgekeerd zijn zij enorm veel waard voor mij. Als ik door mijn verhaal anderen kan aanzetten om vrijwilligerswerk te doen, dan geef ik steun en kansen terug zoals ik vroeger heb ontvangen.


Na twee keer stage ben ik bij Fabota gaan werken. Momenteel zit ik in mijn derde jaar op de sociale hogeschool. Los van het vrijwilligerswerk help ik nog op andere manieren door bijvoorbeeld mee te werken aan filmpjes, interviews te doen, tolken voor nieuwkomers, een onderdak geven enzovoort.

Bij Fabota en ‘t Lampeke hebben ze mij toen heel goed ontvangen en ondersteund. Het was en is nog steeds een leuke ervaring, daardoor ben ik er blijven hangen.

“Vrijwilligerswerk is je vrijwillig willen inzetten, maar dit betekent ook iets terug doen voor anderen.”

Zowel Fabota als UCLL hebben er zelfs voor gezorgd dat ik een leefloon kreeg want vroeger had ik geen inkomen. Ik ben hen daar heel dankbaar voor en daarom wil iets terug doen. Mijn relatie met Fabota en ’t Lampeke is er een van wederkerigheid waarbij iedereen geeft en krijgt. Neen, ik werd voor dit vrijwilligerswerk niet betaald, maar doe je het dan nog vanuit je hart? Ik denk van niet.

In het begin was alles nieuw en verwarrend voor mij, ook in de omgang met vrouwen. In onze cultuur moeten mannen hoger staan dan vrouwen, maar ik voel mij veiliger bij vrouwen, zeker als het over persoonlijke zaken gaat. De eerste keer dat ik met een vrouw aan tafel zat, keek ik naar beneden. Dat was mijn manier om respect voor haar te tonen. Om eerlijk te zijn, zie ik nu geen verschil meer tussen mannen en vrouwen. Zolang wij goed werk leveren vanuit het hart, dan is het goed.

Toen ik net in België was, had ik een begeleidster en zij is nu één van mijn beste vrienden geworden. Elke week zien we elkaar, ik noem haar mijn grote zus en ook haar kinderen beschouw ik als familie.

In het begin vond ik het Nederlands heel moeilijk. Dankzij avondonderwijs en ook door bijvoorbeeld op café te gaan met collega-vrijwilligers bij Fabota en anderen, is mijn Nederlands al veel verbeterd. Dit heeft me goed geholpen om mij te kunnen integreren. Ik bekijk integreren altijd als een mix. Ik neem het mooie van de Vlaamse en het mooie van de Afghaanse cultuur over, als je van beide iets neemt dan wordt het iets moois. Het contact houden met mensen is ook belangrijk voor het integreren. Bij Fabota en bij ’t Lampeke kan ik ook persoonlijke zaken bespreken, maar ik bewaak wel mijn eigen grens. Ik probeer ook mijn eigen identiteit te behouden. Als ik mijn eigen identiteit verlies, wie ben ik dan?”

Ik voel me heel goed hier. “Ik beteken iets voor de mensen, maar zij betekenen ook evenveel voor mij. Ik weet als ik een probleem heb, dat ik altijd op hen kan rekenen.”

Ik heb het gevoel nu dat ik een grote verantwoordelijkheid krijg bij Fabota. Ik volg niet zo graag strikte regeltjes, maar werk vanuit mijn buikgevoel en mijn hart. Er moet vertrouwen zijn en dit krijg ik ook van de mensen uit ’t Lampeke en Fabota.

In mijn ogen zijn er veel redenen om wél vrijwilligerswerk te doen. Ik spreek vanuit mijn eigen ervaring. Voor de mensen uit andere culturen is het beter om vrijwilligers goed te informeren, niet vanuit een brief of sms, maar door naar mensen toe te stappen en hen te vertellen wat zij waard zijn voor de samenleving. Mensen kunnen meer dan ze zelf denken. Vaak kennen mensen de taal niet, maar door vrijwilligerswerk kan je de taal wel leren, daardoor kan je gemakkelijker werk vinden, integreren en oriënteren. Dit weten veel mensen niet. Het is niet alleen gratis werken, het betekent zoveel meer en is zoiets moois."

“Vrijwilligerswerk moet je vanuit het hart doen. Je krijgt er zoveel voor terug en kan zoveel voor anderen betekenen, door die gevoelens ga je heel anders kijken naar de mensen en naar de wereld.”

- Jo De Wilde en Queenie koeckoekx -

"In ’t Lampeke bén ik iemand"

“In Buurthuis ‘t Lampeke mag ik gewoon aanwezig zijn zonder dat er iets van mij verwacht wordt. Hier kan ik me helemaal ontspannen”, vertelt Khalid Hakki uit Marokko.

Het leven is niet gemakkelijk voor Khalid Hakki (38) uit Marokko. Twaalf jaar al leeft hij in Leuven. Zonder papieren. Maar eens hij de deur van ’t Lampeke binnenstapt, wordt hij een ander mens. “Hier ben ik gelukkig. In ’t Lampeke kom ik tot rust.”

“Van dinsdag tot en met vrijdag ben ik in buurthuis ’t Lampeke. Ik help af en toe in de keuken, dek de tafel en ruim af of ik breng mijn tijd door achter de computer. Soms ben ik erg gespannen of zelfs agressief, maar in ’t Lampeke valt dat allemaal weg.

Een vriend nam me mee naar het buurthuis, zo heb ik ’t Lampeke leren kennen. Die eerste keer was lastig, want ik kende niemand en kon niet veel zeggen. Maar na een tijdje ging het beter. Mensen zoals hier, dat vind je nergens. Iedereen die hier komt, heeft wel een probleem, maar er is een hartelijke en warme sfeer en we lachen vaak. Voor mij is dit mijn huis waar ik warme contacten heb, waar ik mezelf kan en mag zijn. Maar eens terug op straat, wordt mijn wereld helemaal anders. Dan komen allerlei gedachten door mijn hoofd en is mijn geest bezwaard.

Zelf zie ik me hier niet als vrijwilliger. Ik kom hier gewoon omdat ik hier graag ben en omdat ik het leuk vind om samen activiteiten te doen. Wat ik doe, helpt me niet speciaal om mijn leven in deze maatschappij te verbeteren. ’t Lampeke en daarbuiten: dat zijn twee totaal andere werelden.

Lastig op zondag

Anderen vertel ik niet over wat ik in ’t Lampeke doe of wat deze werking voor mij betekent. Zij begrijpen dat toch niet, dat is zo anders. Buiten de mensen in ’t Lampeke heb ik geen vrienden. Als ik naar de moskee ga, blijf ik niet hangen maar ga ik onmiddellijk na het gebed door. Naar huis? Niet echt. Ik slaap in een leegstaand huis. Ja dat is hard, zeker nu de winter eraan komt. Zondag is de lastigste dag. Ik kan dat moeilijk uitleggen, maar dat is echt een dag die ik het liefst zo snel mogelijk vergeet. Als ik twee dagen niet naar ’t Lampeke kom, begin ik het al ongelooflijk te missen.

“Ik moet geen geld krijgen voor wat ik hier doe. Het is goed zoals het nu is.”

De meeste vluchtelingen willen hun tijd niet verliezen door niet te werken of door als vrijwilliger bezig te zijn. Maar voor mij heeft dat geen belang. Als ik geld zou krijgen voor wat ik hier doe, dan zou dat voor mij heel veel veranderen. De relatie met de mensen zou anders zijn, ik zou er te veel stress door krijgen. Neen, het is goed zoals het nu is. Ik mag op mijn tempo iets doen, of ook gewoon hier zijn zonder dat er iets van mij verwacht wordt. In dit huis kan ik gewoon stoom afblazen. Dat ontspant me. De mentaliteit is veel veranderd, ook in Casablanca in Marokko, waar ik vandaan kom. Vroeger hielp iedereen elkaar, maar nu moet je niet meer riskeren om ’s avonds nog op straat te komen, dat is te gevaarlijk.

Gelukkig

Als ik met een vraag zit of een probleem heb, kan ik op iedereen hier beroep doen. Maar Frauke is mijn vaste begeleidster voor specifieke problemen in verband met mijn statuut en zo. De mensen van ’t Lampeke hebben ervoor gezorgd dat mijn hoofd wat lichter wordt en dat ik mij hier gelukkig voel en daar ben ik hen zeer dankbaar voor. Papieren of een contract heb ik niet ondertekend. Ik ben niet op de hoogte van bepaalde juridische zaken of van verzekering, maar ik weet dat, als er iets gebeurt, ik altijd bij iemand terecht kan. Ooit hoop ik wel een job te vinden, maar zolang ik geen papieren heb, moet ik daar niet van dromen.”

- Hilde Ingels -

Ik droom. Ik geloof. Ik ga voor mijn doel.

Haidar Daher is een 30-jarige man afkomstig uit Irak. Hij woont zes jaar in België. Haidar is een man van vele dromen. Zijn dromen inspireren hem en geven hem veel energie en goesting (in het leven) om zijn doelen na te streven.

“Vrijwilligerswerk is een goede manier om dingen te leren. Op één maand vrijwilligerswerk heb ik meer geleerd dan als ik vier of vijf jaar zou studeren. Vrijwilligerswerk is een manier om informatie te krijgen die je nodig hebt om te leven in België. Zoals tradities, de cultuur en de taal. Na mijn inburgeringstraject, waarbij ik informatie kreeg over België, kwamen de vragen voor vrijwilligerswerk op mij af. Ik werd vrijwilliger bij Blessed to leave, dat is een organisatie die het voor kansarme mensen mogelijk maakt om op reis te gaan. Binnen mijn vrijwilligerswerk begeleidde ik ook kinderen, deed samen met hen activiteiten en hielp mee aan de voorbereidingen van de kampen. Dit vond ik een heel toffe ervaring!

“Op één maand vrijwilligerswerk heb ik meer geleerd dan als ik vier of vijf jaar zou studeren.”

Ik wist dat ik eerst de taal moest leren voordat ik al mijn dromen kon realiseren. Ik stapte zelf naar mensen toe om met hen te praten om zo de taal te leren. Dit heeft mij ook geholpen binnen mijn vrijwilligerswerk. Volgens mij heeft de organisatie in Brussel ook iets van mij geleerd. Ik probeer altijd een voorbeeld te stellen om hen te tonen dat wij ook ons best doen. Ik heb ze laten zien dat Arabische mensen ook dromen hebben, dat we ook leven, dat we ook veel doen. Ondertussen werk ik al vier jaar in Fabota. Het is een open organisatie die iedereen wil helpen. Elke maand evalueerde ik voor mezelf: wat heb ik gedaan, wat ga ik doen, wat heb ik fout gedaan. Ik leef niet voor andere mensen, ik leef vooral voor mezelf. Doordat ik vanuit dit idee leef, heb ik zelf veel initiatief genomen om mijn leven hier op te bouwen. Ik ging naar school, maakte zo veel mogelijk sociaal contact met de mensen om me heen en deed vrijwilligerswerk. Doordat ik al deze dingen deed, voelde ik me heel goed.

“Ik laat mijn hoofd niet hangen, ik blijf vooruitkijken! Ik ga niet stoppen als ik het even moeilijk heb!”

Soms gaat het even niet, dan heb ik het moeilijk. Dat gebeurt bijvoorbeeld als ik aan mijn familie denk. Ik heb al lang niets meer van hen gehoord. De situatie is moeilijk en nog steeds niet veilig. Maar ik laat mijn hoofd niet hangen, ik blijf vooruitkijken! Ik ga niet stoppen als ik het even moeilijk heb!

Je kan het zien als een voetbalmatch. Je bent een speler op het veld. En je ziet de goal voor je. Daar ligt je doel, het is aan jou om de bal erin te trappen. Maar dat gaat niet zomaar. Je baant je een weg tussen de hindernissen die je tegenkomt. Je loopt. Je verdedigt jezelf. Je vecht. Je gaat op je doel af. Alleen zo zal je slagen en een goal te maken! Ook als je hindernissen je teveel worden, moet je blijven vooruitdenken. Je moet altijd buiten het probleem kijken. Dan kan je het pas oplossen. Als je binnenin het probleem blijft kijken, ga je het nooit oplossen.

Ik had en heb vele dromen. Ik ben iemand die zijn best doet om zijn dromen te bereiken. Wanneer ik toekwam in België had ik ook dromen. Ik wilde de taal, de tradities hier en nieuwe mensen leren kennen. Om deze doelen te bereiken, maakte ik een plan op. Om de taal te leren had ik een grappig maar handig hulpmiddel: kinderprogramma’s kijken. Ik luisterde ook naar Nederlandstalige muziek. Al snel merkte ik op dat ik zélf de stap moest zetten om mijn nieuwe omgeving te leren kennen. Mijn sport hielp hier ook bij. Ik sport veel met en voor andere mensen. Dat is mijn manier om mezelf en anderen te helpen.

Elke periode heb ik andere dromen, ze stoppen nooit. Op dit moment heb ik verschillende doelen voor ogen. De plek waar ik werk, Fabota, maakt mij gelukkig. Ik wil hier blijven werken. Daarnaast wil ik verder studeren en blijven leren. Misschien word ik wel zelfstandige kleermaker. Dit deed ik ook in Irak. Daarnaast wil ik ervoor zorgen dat mijn familie veilig is. Als ik dat voor elkaar krijg, wil ik misschien wel een ander huis kopen. Maar hoe en wanneer dat gaat komen. Dat weet ik niet.

Ik droom. Ik geloof. Dat geeft me energie en moed om mijn doelen na te streven. Omdat ik zelf initiatief neem, heb ik de weg naar het vrijwilligerswerk gevonden. Maar dat is niet bij iedereen zo. Ik ken veel mensen die ook vrijwilligerswerk zouden willen doen. Mensen die vanuit het buitenland naar hier komen en ook veel talenten hebben. Maar ze weten niet hoe of wat ze kunnen doen. Ze weten soms zélf niet wat ze willen of kunnen. Die mensen hebben een extra duwtje in de rug nodig.”

- Yachaira De Noyette en Penelope Desloovere -